Voedingsvezels

Verstopping, aambeien en dikkedarmkanker zijn typische welvaartsziekten. Deze ziekten komen bijvoorbeeld nauwelijks voor in Afrikaanse dorpen. Het Afrikaanse eetpatroon bestaat namelijk vooral uit onbewerkte voedingsmiddelen met veel vezels. Het westerse eetpatroon bevat juist te weinig voedingsvezels. We zouden dagelijks 18 gram aan voedingsvezels moeten eten, maar dat halen we meestal niet. Wat zijn nu die mysterieuze voedingsvezels? En hoe kunt u ervoor zorgen dat u er wel voldoende van binnenkrijgt?

Wat zijn voedingsvezels?

Voedingsvezels horen voornamelijk tot de groep van koolhydraten. Ze bestaan uit meerdere gekoppelde suikerdeeltjes. Een uitzondering hierop is lignine (houtstof). Het zijn plantaardige bestanddelen die onverteerbaar zijn voor de mens. Ze gaan onaangetast over van de dunne naar de dikke darm. De oplosbare vezels zorgen ervoor dat bacteriën worden afgebroken, zodat de ontlasting soepel blijft. De onoplosbare vezels houden vocht vast. Daardoor wordt de ontlasting omvangrijker en zachter. De ontlasting wordt sneller door de darmen gestuwd. Gifstoffen blijven minder lang in het spijsverteringskanaal aanwezig. Bovendien geven voedingsvezels langer een verzadigd gevoel, zodat iemand minder snel geneigd is om te gaan snoepen. En oplosbare vezels binden zich aan cholesterol in de darmen, zodat dit niet kan worden opgenomen in het bloed. Ook kunnen oplosbare vezels de opname van suiker in het bloed helpen reguleren.

Extra vezels eten?

Niet-oplosbare vezels zitten vooral in groente, fruit, graanproducten (zemelen en volkoren tarwe) en peulvruchten. Oplosbare vezels zitten vooral in haver, bonen en peulvruchten. Kies daarom voor volkoren brood, volkoren pasta en zilvervliesrijst. Fruit zoals appels of gedroogde abrikozen zijn ook rijke bronnen. Een schaaltje yoghurt met muesli en fruit als ontbijt is een vezelrijk begin van de dag. En met dit koude winterweer is een bord erwtensoep ook gezond en lekker, dit levert al de helft van de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid vezels!